Grootschalige visvangst
Hiermee worden alle visserijen die gebruik maken van intensieve vangstmethoden en grotere schepen bedoeld.
De meest voorkomende vangstmethoden zijn sleepnetten, drijf/staande netten en lange lijnen.
Sleepnetten bestaan in veel verschillende vormen, ze kunnen gebruikt worden om vrijzwemmende visscholen te vangen maar ook om platvissen en schelpdieren van de zeebodem te plukken.
Een net wordt door één of meerdere schepen voortgesleept waarbij de maaswijdte van het net, de diepte waarop het hangt en de snelheid waarmee gesleept wordt bepalen wat voor soort vis gevangen wordt.
Drijf- en staande netten zijn een statische manier van vissen. Een net wordt rechtop in de waterkolom geplaatst en de stroming drijft de vissen in het net. Ook hier bepaalt de maaswijdte het type vis dat gevangen wordt. Kabeljauw en tonijn worden veelvuldig op deze manier gevangen.
Lange lijnen met haken en aas worden gebruikt om grote roofvissen te vangen zoals zwaardvis en sommige tonijnsoorten. Een probleem van deze techniek is dat ook haaien zich regelmatig laten verleiden door het aas en zo onbedoeld gevangen worden. |
|
De grootschalige visvangst heeft op drie manieren invloed op het natuurlijk evenwicht in de zeeën en oceaan, namelijk door:
- Overbevissing
Simpelweg het te veel vangen van een vissoort leidt ertoe dat de populatie zichzelf niet kan handhaven. Als vissen in een hoger tempo worden gevangen dan dat ze zich kunnen voortplanten zal de populatie na verloop van tijd verdwijnen. Dit was bijna het geval met de haring in de Noordzee aan het eind van de jaren ’70. Door de opkomst van grote industrieschepen die jonge haring vingen voor de vismeel- en visolie-industrie was de populatie volledig ingestort. Nauwkeurige monitoring van de visstand en het instellen van strenge vangstquota zijn sindsdien nodig om de populatie op een acceptabel niveau te houden.
- Bijvangst
Dit zijn alle dieren die ongewenst in de netten terechtkomen. Het kan gaan om ondermaatse exemplaren van de vissoort waarop gevist wordt of economisch oninteressante soorten die toevallig in hetzelfde gebied leven. Meestal gaat de bijvangst direct weer overboord, helaas overleven de meeste dieren een verblijf in de netten niet. Een bekend voorbeeld van bijvangst zijn de dolfijnen die terechtkomen in de drijfnetten die voor tonijn bedoeld zijn. Dit probleem werd in de jaren negentig als zo ernstig beschouwd dat de EU besloot het gebruik van drijfnetten voor de vangst van tonijn te verbieden. Dit verbod vond helaas geen navolging in de rest van de wereld zodat nu nog steeds jaarlijks duizenden dolfijnen onnodig sterven.
- Habitat verwoesting
Sommige technieken hebben niet alleen een directe impact op het ecosysteem door het wegvangen van vis maar ook indirect door verstoring van het hele milieu. Vooral bij bodemtrawlers is dit een probleem. Bij de vangst van tong en schol in de Noordzee worden bijvoorbeeld grote delen van de bodem omgewoeld, wat het leven in de zeebodem ernstig verstoord.
|
Copyright© CoralReefCare 2008-2010 Webdesign
www.vandijkgrafischontwerp.nl